HOOGSTRATEN/MERKSPLAS - Koloniën van Weldadigheid

Foto: Ludo Verhoeven
Hoogstraten/Merksplas
Zelfbedruipendheid, vroeger en nu.

Tussen 1818 en 1825 werden door de toenmalige staat zeven Koloniën van Weldadigheid opgericht in het noorden van België en Nederland, als middel tegen armoede en landloperij. Het woeste heidegebied in deze streken kon men enkel succesvol ontginnen met grootschalige menselijke ingrepen. Voor die arbeid werden armen en landlopers tewerkgesteld. Duizenden ontheemden richtten een uitgestrekt gebied in met een duidelijke, open vormgeving: grote, vierkante stukken landbouwgrond gescheiden door lange, rechte dreven. Dat strakke patroon moest de bewoners de nodige structuur bieden. De open zichten vergemakkelijkten het toezicht. De bossen aan de rand van de koloniën vormden een groene barrière. In de ‘vrije kolonie’ van Wortel kwamen arme gezinnen terecht. Zij kregen een klein huisje en een lap landbouwgrond van 3 ha, en moesten voor zichzelf zien te zorgen. In de ‘onvrije kolonie’ van Merksplas woonden hoofdzakelijk mannelijke landlopers. Zij verbleven in slaapzalen en probeerden onder toezicht hun leven weer richting te geven.

 

Maar door de slechte kwaliteit van de landbouwgrond was deze werkwijze geen groot succes, en vanaf 1870 werden de twee Belgische koloniën gebruikt voor de opvang van veroordeelde landlopers. Zij stonden na het uitdoen van hun straf voor een bepaalde periode ter beschikking van de staat. Die tijd konden ze in Merksplas en Wortel nuttig spenderen aan het verbouwen van de heide. De afschaffing van de wet op de landloperij in 1993 doet de imposante boerderijen en gevangenisgebouwen echter leegstromen. Plots staat het landschap en het bijhorende patrimonium zwaar onder druk door versnippering en leegstand. De plaatselijke bevolking aanziet met lede ogen hoe deze unieke plek dreigt te verdwijnen en richt, samen met verschillende overheden, de vzw Kempens Landschap op. Die zet zich met haar partners al meer dan twintig jaar in om de koloniën als één geheel te bewaren, te restaureren en een toekomst te geven. De koloniën werden destijds gesticht om behoeftige mensen in staat te stellen voor zichzelf te zorgen. En dat is precies wat dit immense project ook in de toekomst moet zijn: volledig zelfbedruipend. 

 

De unieke esthetiek en eenheid van de Kolonie wordt door Kempens Landschap bewaard en nog versterkt. Het landschap dat je er vandaag aantreft bestaat nog steeds uit bossen, heide, vennen en akkers, geometrisch versneden door monumentale dreven. Een degelijk landschapsbeheersplan zorgt er voor een grotere biodiversiteit. Vennen zijn uitgediept, hagen heraangeplant, dreven heringericht. Men doet aan schapenbegrazing en heideontwikkeling. Het weidse en rustgevende gebied van bijna 1000 ha is nu een trekpleister voor wandelaars, fietsers en ruiters. Bezoekers die van meer intensieve natuurbeleving houden, kunnen overnachten in een nieuw ingerichte bivakzone. Tijdens strenge winters zijn schaatsers welkom op de vennen. De monumentale kapel, boerderijen, stallen en schuren doen dienst als tentoonstellingsruimte, brasserie en B&B. In het bezoekerscentrum vertelt de Kolonie haar boeiende verhaal aan een breed publiek. 

 

In januari 2017 deden de zeven Koloniën van Weldadigheid in België en Nederland samen een gooi naar de status van UNESCO Werelderfgoed. In 2018 werden de koloniën van Merksplas en Wortel genomineerd als Belgische finalist van de Europese Landschapsprijs.

Project
Duurzame herbestemming van de Koloniën
Oorspronkelijke functie
landloperskolonie
Nieuwe functie
recreatiegebied
Bescherming
als cultuurhistorisch landschap sinds 1999
Ontwerper
Erfgoed&Visie, Kurt Loomans